De onbewuste God
Zoals wij ons meer bewust worden van onze eigen begrenzing, zo kan de 'onbewuste God' zijn eigen schaduwzijde onder ogen zien... en de 'bewuste God' worden.
Stel je voor dat God in den beginne een bron van tegenstellingen is. Pure chaos gebundeld in een enkel bewustzijn, zonder een punt om te kunnen reflecteren. Zoals een oceaan die zichzelf niet kan zien omdat er geen kust is om tegenaan te breken. Deze God is onbewust omdat hij alles is, maar niet alles ziet.
Als God allesomvattend is mist hij dan ook één onmisbaar iets: de beperking die nodig is voor zelfreflectie. Want omdat deze onbewuste God geen 'ander' heeft, kan hij zichzelf niet kennen.
Hier komt de mens naar voren, en dient de mens als de door God verlangde begrenzing. De menselijke psyche functioneert als het vat waarin de goddelijke energie kan indalen. Door in de psyche te stromen als de Geest die uitgestort is, wordt de goddelijke energie gedwongen zich te verhouden tot het tijdelijke, de dagelijkse realiteit en alle verantwoordelijkheden die daarmee komen.
Zoals wij ons meer bewust worden van onze eigen begrenzing, zo kan de 'onbewuste God' zijn eigen schaduwzijde onder ogen zien... en de 'bewuste God' worden.
Incarnatio
De menswording van God in Jezus is een analogie die deze gedachte structureert. God is niet eenmalig mens geworden, nee, Hij wordt voortdurend mens door onze bewustwording. Wanneer het ego breekt onder de druk van het lijden schept het ruimte voor de hele mens. Niet langer een afscheiding van het ene, maar een instrument in een proces dat de mens zelf overstijgt.
Die 'onbewuste God' lijdt door zijn eigen tegenstrijdigheden. Dit zien we terug in onze bijbelse verhalen. Hij is geweldadig en onrechtvaardig (OT) en pacifist en rechtvaardig (NT). Hij is de jaloerse wetgever die strikte naleving eist, en ook de vader die de verloren zoon onvoorwaardelijk liefheeft. Maar door de tegenstellingen te dragen, door de spanning die het oplevert te ondergaan, verlossen we deze energie van de negatieve impulsiviteit.
Wij zijn dan geen onderdanen van God of toeschouwers van een goddelijk drama dat zich in ons leven voltrekt. We zijn medewerkers. Participanten in Zijn wereld. Bouwers aan Zijn grote bouwplan.
n.a.v. de 'onbewuste God' in Antwoord aan Job