De eenheid Gods

Onafscheidelijk zijn zij, enkel voor ons menselijk onderscheid.
Want voor God is al het verdeelde één.

God maakt geen onderscheid, omdat Zijn natuur niet onderscheiden is.
De grond onder Zijn voeten wankelt niet daar de wateren voor Hem wijken.

Zonder oordeel des onderscheids is het God die zich als door Christus aan ons toont en ons met Zijn woorden 'heb uw naaste lief als uzelve en God bovenal' laat weten dat het liefhebben van de Naaste dezelfde is als het liefhebben van het Zelve, met daarboven tronend Gods allesdoordringende Liefde.

Zo Christus geen onderscheid maakt in de Eenheid van God, zo maakt God geen enkel onderscheid tussen de Levenden en de Doden, daar zij allen Zijn kinderen zijn, in gelijkheid en wederkerigheid.